Biografie

Vormgeven aan het onnoembare

Na opgeleid te zijn als beeldend kunstenaar aan de kunstacademie in Arnhem en Nottingham Trent University legde Marije Langelaar (Goes, 1978) zich algauw toe op het schrijven van poëzie. Haar debuut De rivier als vlakte verscheen in 2003, zes jaar later gevolgd door De schuur in, waarmee zij nominaties in de wacht sleepte voor de Jo Peters Poëzieprijs en de J.C. Bloem Prijs. De bundel werd bekroond met de Vlaamse Hugues C. Pernath Prijs. Voor haar meest recente bundel Vonkt (2017) ontving zij de Jan Campert Prijs en de Awater Poëzieprijs. Vonkt werd daarnaast genomineerd voor de VSB Poëzieprijs en de Herman de Coninck Prijs.

Al vanaf haar debuut manifesteert Marije Langelaar zich als een zinnelijk dichter die al het merg uit het leven probeert te zuigen, met een welhaast Nietzscheaanse levensbejahung het leven in al zijn volheid, rijkdom en schoonheid wenst te ervaren. De schittering van het licht, de glans die over een vijver ligt worden niet alleen als aanschouwd; kenmerkend voor Langelaar is dat kijken niet genoeg is, de sprekers en figuren in haar gedichten willen overal zijn en samenvallen met de wereld om zich heen: ‘O, het verlangen alle huizen in te gaan!’ En in het gedicht ‘Park’ uit De rivier als vlakte staat er: ‘Toen is hij naar de vijver gelopen / en heeft het glanzende oppervlak doorboord / met zijn laarzen / hij heeft het rondgejaagd met de schoolslag.’

In Langelaars vitalistische gedichten bruist het leven, de beelden buitelen over elkaar heen. De titel van haar tweede bundel De schuur in mag een vorm terugtrekking suggereren, ook daarin gaat het er wild en soms destructief aan toe: ‘iedereen is jutter hier maar wij / snijden de zee los / slaan onze romp in de golven / vechten een striem in de wind / hollen schreeuwen zinken’. In Vonkt worden de regels breder, de gedichten verhalender en langer.

De relatiecrisis doet de dichter wankelen, het eerder bezongen licht doet nu pijn als ‘een scherf in onze nek’ maar na haar sprong in de ‘afgrond’ komt zij herboren tevoorschijn als een vrouw die op de trom slaat. De seksualiteit keert terug: ‘Die nacht vree ik als een wilde met een geleerde in de / gesprekstheologie.’ Behalve mensen, dieren en planten zijn daarnaast de dingen bezield geraakt (‘er is een vonk in deze tafel, deze lamp en in u beste / luisteraar’) en de ene metamorfose volgt op de andere: ‘Ik was een vlam ik was een vlam ik was een fakkel, pulserende / fakkel in een gitzwarte nacht.’ Zoals de jury van de VSB Poëzieprijs schreef: Marije Langelaars unieke poëzie ‘briest, vlamt, stampt én zalft’.

Tekst: Jan Willem Anker

Revolutie van het licht

Marije Langelaar woont afwisselend in Nederland (Arnhem) en België (Russeignies). In Russeignies woont ze samen met haar zoons in twee aan elkaar geschakelde Tiny Houses. De eenvoud van wonen met weinig spullen en veel natuur, wind, sterren en dieren om hen heen past naadloos bij haar literaire werk. Samen met andere ouders richtte ze in 2011 in Ronse (België) een nieuwe basisschool op. Projectonderwijs met een grote focus op het kind zelf, natuur, duurzaamheid, yoga, creativiteit en samenwerking.

Momenteel werkt ze aan een nieuwe dichtbundel Revolutie van het licht, wederom een nieuwe school, maar nu in Nederland, en aan een nieuwe manier van wonen. We zijn allemaal kleine kruimels in een groot en samenhangend geheel, laten we met die wetenschap een nieuw fundament bouwen waarin we durven andere stappen nemen. Een radicale omvorming van dat wat we zo gewend zijn geraakt maar niet noodzakelijkerwijs past bij onze vrije stille kern.”

Reflecties

Ik ben altijd geïnteresseerd in het daarachter. Het onnoembare, het eeuwige heeft vormen nodig om zichtbaar te worden. Dingen, reflecties, glanzingen, gevonk, gespetter en geschitter. De wind is ook niet zichtbaar en heeft de dingen nodig om zichzelf zichtbaar te maken, in het heen en weer gaan van de takken en bladeren, wild en onstuimig of zacht deinend.